Corpus

Posted by on Jun 26, 2012 in Projecten

Universiteitsmuseum Utrecht, 2007

Een beeldend onderzoek naar persoonlijke interpretatie en het beleven van de eigen anatomie. Experimenten met ruimtelijke textiel en fotografie.
Deze presentatie vormt een onderdeel van de tentoonstelling ‘Bodybeeld’, met o.a.de zeldzame negentiende-eeuwse wasmodellen van Petrus Koning.

Het menselijk lichaam door andere ogen

Met een sterke maag is het goed te doen, maar anders is het toch wel even slikken bij de zeldzame negentiende-eeuwse wasmodellen van Petrus Koning. Alles wordt open en bloot getoond op de tentoonstelling Bodybeeld, het menselijk lichaam ontleed in het Universiteitsmuseum in Utrecht: de doorsnede van een arm, hersenen, een torso van een man, een vrouwenhoofd. In bloederig rood zijn armspieren, oogbollen en hersenkwabben tot in detail in was vormgegeven.

De wasmodellen zijn afkomstig uit de collectie van Museum Bleulandinum in het Universitair Medisch Centrum te Utrecht en zijn onlangs gerestaureerd. Petrus Koning (1787-1834) trad op dertienjarige leeftijd in dienst van professor Jan Bleuland, een befaamd medicus, hoogleraar geneeskunde, humane en vergelijkende anatomie en fysiologie en verloskunde. Bleuland zag bij Koning een ‘grooten aanleg voor een vak waartoe eene eigene handigheid wordt vereischt’. Hij onderwees hem in anatomie en geneeskunde en Koning bracht het tot voorsnijder (prosector), waarbij hij als een ware kunstenaar anatomische ontledingen demonstreerde aan medische studenten.
Naast de zeldzame wasmodellen zijn verschillende anatomieatlassen, expansiemodellen, preparaten, snijinstrumenten en collegeplaten met afbeeldingen van diverse organen te zien, maar ook werk van hedendaagse kunstenaars die hun eigen visie geven op het menselijk lichaam. Tijdens de tentoonstelling Bodybeeld, die bijna een jaar in beslag neemt, komt het werk van Lisette Verkerk, Helmie van de Riet, Erik van Beek, Liesbeth Touw, Carolein Smit en Jan Kerkhof voorbij. Vanaf 16 januari 2007 is het de beurt aan Halina Zalewska.

Het werk van Halina Zalewska gaat over ‘de begrenzingen van het fysieke, maar tegelijkertijd ook over de onbeschrijfelijke grote intelligentie van het leven. De kern van haar werk is het leggen van beeldende relaties tussen wetenschap, religie en filosofie.’1 Haar fascinatie voor de microkosmos in het menselijke lichaam, de perfectie en chaos van de natuur speelt een belangrijke rol in het werk van de Pools-Nederlandse kunstenares.

Halina Zalewska werkt met de meest uiteenlopende materialen. Begonnen als beeldhouwer stapte ze midden jaren tachtig over op potloodtekeningen, daarna volgden schilderijen, grafiek en objecten en sinds drie jaar gebruikt ze ook borduursels en textiel. Op de tentoonstelling Bodybeeld toont de kunstenares onder meer foto’s, een haar tot dan toe onbekend medium. De foto’s fungeren als puur registratiemiddel en maken deel uit van geborduurde objecten, zoals Wonderdoener en Secret section. Voor Wonderdoener gebruikte Zalewska een dierbare jas die haar moeder zelf had genaaid toen zij de eerste keer zwanger was. Ze heeft de jas tijdens vijf zwangerschappen gedragen. Halina Zalewska borduurde er een baby op en vroeg een aantal vrouwen om de jas aan te trekken, zoals een oudere vrouw die lang geleden kinderen heeft gebaard, een hoogzwangere vrouw, en een vrouw die geen kinderen wil. ‘Door middel van fotografie leg ik de eerste reactie vast. Opeens maakt de jas deel uit van zo’n vrouw en komt bijvoorbeeld het verlangen boven om een kind te hebben. Het roept herinneringen en diepgaande gevoelens op die je in je ziel, in je kern, raken.’

De objecten die Zalewska toont tijdens Bodybeeld zijn niet statisch, omdat door het aantrekken van Wonderdoener en het opzetten van Secret section een extra betekenislaag ontstaat. In ongedragen toestand ziet Secret section eruit als een lap vlees van de slagerij. Maar zodra iemand de ‘hoed’ met de daarop geborduurde hersenen opzet, gaat het leven en krijgt het telkens een andere betekenis door de drager van het object. Datzelfde is het geval met een colbertjasje waar spieren op zijn geborduurd. Op de foto’s staan krachtige jonge mannen, die zich blootgeven zodra ze het jasje aantrekken. Zodra ze meer spieren hebben groeien de mannen zichtbaar en nemen vol bravoure een stoere houding aan. Ondanks de bescherming van ‘een spierenharnas’ laten de gefotografeerde ‘modellen’ een mengeling van jeugdige trots en kwetsbaarheid zien. Die tegenstelling tussen het innerlijk en het uiterlijk, tussen het lichaam en geest komt telkens terug in Zalewska’s werk. Evenals haar ambigue houding ten opzichte van het menselijk lichaam. ‘Het brein is bijvoorbeeld een geweldige machine die het hele lichaam bestuurt, maar het is tegelijkertijd een afschuwelijk stuk vlees’, vindt Halina Zalewska.

In haar serie Hemellichamen – eveneens te zien op de tentoonstelling Bodybeeld – verwerkte Zalewska oude lakens die haar oma zelf geweven had van het vlas in haar tuin en waar haar ouders jarenlang onder geslapen hadden. Deze persoonlijke inhoud en de onbenulligheid van de techniek combineert ze met universele thema’s die de tegenstelling met wetenschap en anatomie versterken.

Naast de foto’s, objecten en hemellichamen komt de serie Corpus aan bod. Hierbij heeft Zalewska het menselijk lichaam tot het minimale gereduceerd. Zo bestaat Corpus 2, een uit wit laken geknipt vrouwenlichaam afgebakend met rood garen, slechts uit contouren. Bij Corpus 1, een zwarte kimono met daarop geborduurde organen in verschillende kleuren, ontbreekt het hoofd, de handen en voeten. Desondanks kan de beschouwer het lichaam moeiteloos in gedachten ‘af’ maken tot een compleet lijf. Halina Zalewska: ‘Ik streef naar het ultieme lege lichaam en onderzoek hoever je kunt gaan met het weglaten van elementen. De behoefte om het leeg te maken overheerst. Ondanks de eenvoud ervan ontbreekt er niets.’

Karen Duking, kunsthistorica en journaliste
artikel in Nobelmagazine – beeldende kunst in Utrecht , 2006/4